Nationaal Platform E-Health
Een initiatief van vooruitstrevende artsen, specialisten, IT-deskundigen en zorgverzekeraars.

[ Home | Doelstellingen | Publicaties | Actueel Nieuws | Discussie Forum | Colofon | Reacties | Links | Supporters ]

E-Health explodeert! Het verslag

Rotterdam, 20 maart 2006
Door Janine Budding

Ook het 8e symposium van het Nationaal Platform E-health werd bezocht door ruim 50 geinteresseerden om te luisteren naar ge-engageerde presentaties van echte pioniers op het gebied van "e-healthen", natuurlijk gevolgd door een debat over het E-consult & e-health.

De dag werd geopend door Prof. Dr. H.M. Becker, Voorzitter Raad van Bestuur van Stichting Humanitas.
De eerste spreker is Frank Vogelenzang van de NPCF. Over het effectief benutten van e-consult. Patiënten maken tot nu toe nauwelijks gebruik van e-consult, het raadplegen van de huisarts via e-mail of internet. Dit komt doordat nog weinig huisartsen de mogelijkheid van e-consult aanbieden. Veel mensen willen echter graag via het internet met hun huisarts communiceren. Een belangrijke voorwaarde is dat het elektronisch consult vergoed wordt. Dit blijkt uit onderzoek dat de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (npcf) en de Universiteit Twente gezamenlijk hebben uitgevoerd.
Het onderzoek is eind 2005 verricht onder circa 800 internetgebruikers. Slechts zes procent van hen heeft wel eens gebruik gemaakt van e-consult. Een opmerkelijke uitkomst omdat uit eerder onderzoek is gebleken dat driekwart van alle internetgebruikers graag via het internet hun huisarts zou willen raadplegen. De belangrijkste oorzaak waardoor het gebruik van e-consult achter blijft bij de verwachtingen is het geringe aanbod. 60% van de ondervraagden geeft aan dat hun huisarts geen e-consult aanbiedt, 30% weet het niet. Ook de onbekendheid van het fenomeen speelt een belangrijke rol. De npcf roept huisartsen op het e-consult actiever aan te gaan bieden.
Patiënten willen vooral gebruik maken van e-consult omdat zij daarmee zelf kunnen bepalen waar, wanneer en onder welke omstandigheden zij een huisarts kunnen raadplegen. E-consult voorziet duidelijk in een behoefte aan informatie, bijvoorbeeld over het gebruik van medicijnen of om vragen te stellen die na afloop van het spreekuur nog opkomen. Het elektronisch consult biedt zowel een aanvulling op de reguliere zorg als een serieus alternatief voor het vertrouwde doktersbezoek. De meeste mensen vinden het niet belangrijk dat hun eigen huisarts de vragen beantwoordt. Dit is verrassend, omdat in de richtlijnen van de KNMG juist veel belang wordt gehecht aan de toepassing van e-consult binnen de bestaande behandelrelatie.
Een belangrijke voorwaarde voor het gebruik van e-consult is de vergoeding door de zorgverzekeraar. Veel mensen geven aan nu niet te weten of e-consult vergoed wordt. Meer voorlichting op dit punt lijkt noodzakelijk. Daarnaast willen patiënten dat de arts tijdig reageert op het e-consult. Ook de privacybescherming is een belangrijk punt. Patiënten zien gegarandeerde geheimhouding als een belangrijke randvoorwaarde bij het gebruik van e-consult. Tot slot formuleren patiënten het liefst hun vragen in eigen bewoordingen in plaats van gebruik te moeten maken van een standaardformulier. Van belang is een goed informatie voorziening. Momenteel is de beschikbaarheid van het e-consult minimaal.

De tweede spreker is Dr. J.G. Schuurman van het Telematica Instituut (www.telin.nl). Hij meldt dat hij goed nieuws & slecht nieuws voor on heeft.
Op ICT-vlak is heel veel mogelijk. Het draagt bij om als zorgveleners beter samen te werken en gepersonaliseerde zorg te kunnen bieden. Schuurman geeft als voorbeeld de diabetes behandeling en de behandeling van open wond bij een bedlerige patient. Normaal moet deze patiënt wekelijks met taxi of bus naar het ziekenhuis voor controle en verzorging, dit kost al gauw een halve dag. Wat is het toekomst scenario door gebruik te maken van de mogelijkheden van ICT?. Via thuiszorg die toch al naar deze patient komt kan ook helpen met wachtelen van de wond
en via ICT kan op afstand door bijvoorbeeld digitale foto's de wond door een specialist op afstand worden beoordeeld. En o wordt meer rekening gehouden met de persoonlijk situatie van de patient en is behandeling minder belastend. Ander voorbeeld van personalisatie van de zorg, is het op afstand meten van diverse lichamelijke functies. De mens is nu al op afstand te monitoren, Het kan maar gebeurd het ook?
Natuurlijk kan het technisch allemaal wel, volgens het Telematica Instituut, maar ontbreken plannen. Er is van veel partijen standaardisatie nodig, EPD schiet maar niet op en hopelijk is het EMD in 2007 operationeel. Waarom komt telemedicine dan niet van de grond?
Wat zijn de dillema's:
De eisend burger, zorg op een manier zonder dat big brother gevoel, de zorgpolitie. Wie doet en kan er iets meer. Wie hebben toegang. Wat is het belang. Persoonlijk belang zou moeten prevaleren. Zijn voorstel is om te komen tot een
10 jaren plan, Het toekomst beeld van telemedicine is inmiddels deels een historisch verhaal
Zorgeveleners van vroeger waren in staat een goede relatie met het gezin te onderhouden en vooral dit contact was erg belangrijk in de kwaliteit van de zorg. Nu werken zorgeverleners meer als collectief en is een deel van de persoonlijk benadering vand e dorpsarts verloren gegaan. Het klinisch beeld is gaan domineren en kijken we niet naar persoonlijke situatie van de patient.
Mogelijk. Wat is dan het slechte nieuws? Goede coordinatie ontbreekt. Wat willen we over 10 jaar? Is de zorg dan weer meer gericht op de mens en zijn persoonlijke situatie en hoe realiseren we dat? Mogelijk duurt het nog 10 jaar voordat dit realiteit is. Voor wie is die stap mooi? Vooral voor de patient, die krijg persoonlijke zorg: het sausje van de dorpsarts met de technologie van nu.
Politiek moet groot aandeel hebben om vooral de gestandaardiseerde zorg te gaan leveren. Huisarts moet weer als de dorpsarts worden.

Vooral Prof. Dr. H.M. Becker, Voorzitter Raad van Bestuur van Stichting Humanitas maakte een terecht opmerking: "Je moet niet voor mensen zorgen maar je moet zorgen dat mensen voor zichzelf kunnen zorgen".

Derde spreker is Ir. P. Jeekel van het Teledermatologisch Consultatie Centrum Nederland (www.teleconsultatie.nl), teledermatologie in de praktijk, hoe werkt het in Nederland en hoe zien zij de toekomst?
Waarom plaatjes via internet verzenden, dermatologie is zeer visueel gericht en daardoor, zeer geschikt om met een plaatje te versturen en elders te beoordelen. 20% van de bezoeken bij de huisarts betreffen een dermatologische aandoening. Dus is een hoop vragen bij de huisarts geschikt voor teledermatologie. Hierdoor blijven mensen buiten het ziekenhuis en de kosten blijven laag. Hoe werkt dit dan?
Een TeleDermatologisch consult (TDC) is een consult van een huisarts bij een specialist dat via moderne telecommunicatie methodes verloopt. Dit in tegenstelling tot het gebruikelijke "life consult" in het ziekenhuis.
Bij Teledermatologisch Consultatie Centrum Nederland (TCCN) wordt er volgens een geprotocolleerde methode gewerkt van vraag, digitale foto's en antwoord. Een belangrijk aspect is dat er speciale kwaliteitsborging plaatsvindt. Dit gebeurt doordat de dermatoloog de huisarts informeert over de kwaliteit van de aanvraag (tekst, vraagstelling en foto's) en de huisarts weer feedback geeft aan de teledermatoloog over de kwaliteit van het antwoord en de praktische toepasbaarheid van het advies.
Door deze methode wordt gestreefd naar een continue verbeterproces van de TDC's; zowel aan de vraag- als aan de antwoordzijde.
Binnen 2 werkdagen geeft de dermatoloog via het TCCN een antwoord op de vragen van de huisarts. Tot slot laat de huisarts via terugrapportage weten of het antwoord van de dermatoloog een bijdrage heeft geleverd aan het stellen van de diagnose, de behandeling ervan en of de aanvraag leerzaam is geweest voor de huisarts.
Het toepassen van TDC's biedt voor alle betrokkenen grote voordelen.
Voordelen voor de patiënt:
Snellere en meer adequate diagnose
Sneller en meer adequaat therapieadvies waardoor minder morbiditeit
Besparing reistijd, reiskosten en parkeerkosten
Wegvallen van wachttijden voor de patiënt in de polikliniek dermatologie
Wegvallen van de toegangstijd tot dermatoloog
Geen arbeidstijdverzuim
Toename van vertrouwen in de kwaliteit van dermatologische zorg door de huisarts
Voordelen voor de huisarts
Kwaliteitsverbetering van de dermatologische patiëntenzorg in de 1e lijn door het aanbieden van 2e lijns-expertise
Bijdrage aan continue medische educatie van de huisarts; een vorm van permanente nascholing door frequent meekijken van dermatoloog
Geringere verwijsdruk door de patiënt
Beschikbaarheid van een teleconsultbudget
Voordelen voor de dermatoloog
Afname van de toegangstijd tot de polikliniek dermatologie
Op termijn afname van de groei van eerste polikliniek bezoeken door 'selectie voor de poort': er vindt een betere selectie plaats van patiënten die werkelijk in de 2e lijn moeten worden behandeld. Er ontstaat een betere en meer gerichte 'live'-verwijzing door de 1e lijn. Sommige patiënten worden nu juist in een vroeger stadium gezien waardoor afname morbiditeit.
Het aantal (spreekuurverstorende) telefonische (spoed)consulten neemt af.
Opbouw van een zorgketen waarbij een aantal consulten extramuraal blijft waarbij wel 2e lijnsexpertise wordt gebruikt.
Meer tijd per patiënt. Door trendontwikkelingen zoals een mondigere patiënt en administratieve druk vanuit de WGBO kunnen minder patiënten per spreekuur worden gezien. Hierdoor ontstaan langere toegangstijden
Er vindt een taakuitbreiding plaats voor kwaliteit en zorgverbetering in het zorggebied van het ziekenhuis waarbij de mogelijke initiële afname van 'live'-consulten waarschijnlijk snel gecompenseerd wordt door de autonome groei in het totaal aantal verwijzingen. In het geheel zal dit leiden tot toename van de werkzaamheden. Voor deze toename van het aantal consultaties dient een passende vergoeding te worden verleend bovenop het reeds bestaande lumpsum budget.
De dermatoloog werkt tijd-en plaats-onafhankelijk en kan patiënten "bekijken" waar en wanneer hij wil.
Bij afwerking van TDC is er meteen een schriftelijke registratie van het consult
Voordelen voor het ziekenhuis
De afdeling/vakgroep dermatologie van het ziekenhuis participeert in een moderne nieuwe ontwikkeling
De afdeling/vakgroep dermatologie kan het handboek van de Ned. Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV) met weinig inspanning in de praktijk brengen
Door de centrale hosting kunnen de deelnemers altijd over de benodigde consulten beschikken
Het ziekenhuis hoeft niet te investeren in kostbare ICT oplossingen of een dure TDC organisatie op te zetten, maar kan wel van de resultaten profiteren
De feitelijke uitvoering van TDC's kan snel worden uitgevoerd; voor informatieavonden, scholing, workshops ed wordt gebruik gemaakt van de expertise van het TCCN in nauwe samenwerking met de deelnemers (huisartsen en dermatologen) in de regio, die ook de uitvoerenden worden
Deelname aan het TDC project is goed voor de kwaliteit van de dermatologische zorg in de eerste lijn en kan bijdragen aan een positieve uitstraling naar huisartsen en patiënten. De samenwerking tussen eerste en tweede lijn in de regio van het ziekenhuis wordt versterkt (en vergroot) wat goed kan zijn voor het adhaerentiegebied
Voordelen voor de zorgverzekeraar
Sterk verhoogde kwaliteit van zorg voor haar verzekerden door samenwerking hulpverleners 1e en 2e lijn
Kostenreductie voor vervoer; met name t.a.v. taxivervoer en reiskostendeclaraties
Besparing op geneesmiddelengebruik door snelle en adequate diagnostiek en gerichte therapie, minder "verkeerde recepten"
Mogelijkheden voor afvlakking groei eerste polikliniekbezoeken afdeling dermatologie
Lagere financiële lasten voor uitbreiding van zorg via TDC die anders via het reguliere verwijzingsysteem was gelopen.
De bottle neck in het proces is de techniek van het maken van foto's die beoordeeld dienen te worden. Huisartsen krijgen een training voor het maken van foto's en volgende dag kunnen ze al aan de slag. Alle gegevens worden voor wetenschappelijke onderzoek beschikbaar gesteld aan het instituut voor huisartsgeneeskunde te Groningen (Prof. Dr. Jan de Haan).
Permanente nascholing van huisartsen verhoogt en borgt die kwaliteit. de applicatie is webbased. Toegang is mogelijk via Zorgring, uzipas, zorgdomein & en met alle HISsen. Het werkt net zo veilig als internet bankieren. Patientendata wordt gedurende 10 jaar opgeslagen en de methode voldoet aan internationale eisen. En er is een benchmark voor de huisarts waaruit hij kan afleiden hoe de kwaliteit is van de foto's die hij maakt.
Op dit moment zijn er meerdere dermatologen in Nederland die met de gedachte spelen om teledermatologie te gaan toepassen.
Om deze ontwikkeling te stroomlijnen en de aanwezige kennis en ervaring te benutten heeft het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV) in 2001 een werkgroep opgericht om een richtlijn "teledermatologische consultatie" te ontwikkelen. De werkgroep bestond uit: Dr. Th.W. van den Akker, R.J. Damstra en Prof.Dr. H.A.M. Neumann.
In 1998 zijn onafhankelijk van elkaar projecten betreffende teledermatologie gestart in het Martini Ziekenhuis te Groningen en in ziekenhuis Nij Smellinghe te Drachten. Uit het onderzoek in Groningen bleek dat teledermatologische consultatie met behulp van standaard apparatuur haalbaar en effectief was in de communicatie tussen huisarts en dermatoloog.
In Drachten is na het proefproject een formeel zorgvernieuwingsproject "teledermatologie" in 2000 van start gegaan, gefinancierd door de zorgverzekeraar en de directie van het ziekenhuis, waarbij de afdeling dermatologie en 25 huisartsen samenwerken. Bij het opstellen van het zorgvernieuwingsproject is vanaf de aanvang nauw samengewerkt met de 1e lijn. Aan dit project is een wetenschappelijk promotieonderzoek gekoppeld in samenwerking met het huisartseninstituut van de Rijksuniversiteit Groningen (Prof.Dr. J. de Haan) naar kwalitatieve aspecten van teledermatologie, de effecten op continue medische educatie (CME) en de perceptie van huisartsen van deze nieuwe methode.
Het ten behoeve van het zorgvernieuwingsproject Drachten opgestelde protocol en werkboek vormen de directe basis van deze richtlijn van de NVDV.
Vanwege het grote succes is toen in overleg met ziekenhuis Nij Smellinghe en zorgverzekeraar "de Friesland" een afspraak gemaakt voor het aanbieden van Teledermatologische consulten (TDC) in de gehele provincie Friesland via een speciaal opgerichte stichting: Teledermatologisch Consultatie Centrum Nederland (TCCN). Inmiddels doen 86 huisartsen en 8 teledermatologen mee aan het project.
TCCN maakt het een groot aantal huisartsen in en rond Friesland mogelijk om patienten met huidproblemen via een Teledermatologisch consult (TDC) op het internet te bespreken met een dermatoloog in zijn/haar regio.
Uitbreiding van deze zorgvorm naar andere regio's en zorgverzekeraars in Nederland via het TCCN ligt in de lijn der verwachting.
Wat zijn de kosten van dit consult? In de M&I module is een tarief 51 euro opgenomen voor teleconsult. Dit tarief is echter veel te laag en er loopt een aanvraag van ZN en specialisten voor landelijk tarief. De verwachting is dat in juni er een standaard tarief voor teledermatologie is en moet vast onderdeel van de zorg worden. Er is goede hoop!
Wat zijn de toekomst ontwikkelingen?
2007 teledermatologie integraal onderdeel in de opleiding
uitbreiding naar alle regio's teledermatologie vast onderdeel van de zorg.

Dan staat Jaap Maljers van Plexus Medical Group (www.zorgdomein.nl) op het menu. Rond half zes was het woord aan Drs. J. Maljers, Plexus Medical Group (www.zorgdomein.nl. Jaap is Het initiatiefnemer voor ZorgDomein Nederland B.V., dat is ontstaan uit de wens om communicatie bij bestaande verwijsprojecten (van huisarts naar ziekenhuis) te ondersteunen met informatie- en communicatietechnologie.
ZorgDomein Nederland is opgericht in 2000 door Plexus Medical Group en LCN Planning & Scheduling. Plexus Medical Group is een bekend organisatie-adviesbureau binnen de gezondheidszorg. De projecten van Plexus zijn vaak gericht op verbetering van transmurale en logistieke processen. Bij verwijsprojecten zorgt Plexus voor de benodigde begeleiding van huisartsen, specialisten en ziekenhuizen bij verwijsprojecten.
Het onder één dak te brengen van de kennis van beide bedrijven creëert een voor de gezondheidszorg ideale combinatie van organisatie-advies, contentmanagement, softwareontwikkeling en database- en systeembeheer.
Deelnemers zijn de ziekenhuizen en huisartsen uit de regio. Soortgelijke projecten zijn ook opgestart in andere regio's. Het is de bedoeling dat in de toekomst alle huisartsen en ziekenhuizen in Nederland met ZorgDomein gaan werken.
Maljers, de innovatieve ondernemer van plexus medical group, is vooral ondernemer en laat ons bevlogen zien wat je applicaties kan. Waar loopt hij zoal tegenaan? En vooral hoe kom je verder?
Zorgdomein is een soort geavanceerde goudengids voor de huisarts. Snelle en betrouwbare communicatie tussen huisarts en regionale zorginstellingen bij het verwijzen van patiënten. Met ZorgDomein krijgen huisarts en patiënt snel en helder inzicht in het beschikbare zorgaanbod. Daarnaast krijgen ze informatie over toegangstijden, het behandelingstraject en de voorbereiding op onderzoek en behandeling. Zij ontwikkelen de producten samen met klanten en gebruikers zodat producten op maat geleverd worden.
ZorgDomein communiceert met zorg.
Hij pleit voor maatwerk. Op maat gesneden op de behoefte vand e gebruiker, Albert Heijn thuis, is daar een mooi voorbeeld van. Een mooie oplossing van tele-iets. En het geeft gelijk een antwoord op de vraag of tele-iets wel een oplossing voor iedereen moet zijn. ZIjn antwoord is nee! Dat hoeft niet en dat maakt het ook veel te gecompliceerd. Hoe komen dingen tot stand?
Hetgeen waar hij vooral in dit traject aanloopt is dat in de ontwikkeling van telemedicine, ehealth niet duidelijk is wie probleemhouder is en waar het kan het toe of moet leiden
Hierdoor is niet duidelijk hoe de financiering geregeld wordt om nieuwe innovatieve ideeen te bekostigen en uit te werken? Vokgens Maljers zijn subsidiees dodelijk voor innovatie. Kijk naar Brussel, alleen de die-hards krijgen de subsidies. Die financieringen zouden volgens Maljers veel losser en makkelijker moeten worden. Minder papierwerk en eenvoudiger voor een breedpubliek. Bij Ehealth is allang duidelijk dat het tij en kosten bespraat. Bijvoorbeeld  de retinacheck, kostenbesparing, tijdbesparing en het is evengoed als echt.
Maar onduidelijk blijft Wiens probleem lossen we op? En daarmee is het moeilijk de echte Probleemhouder te vinden.
Wat is ZorgDomein?     ZorgDomein is een internet applicatie die de huisarts ondersteunt bij verwijzen naar de tweede lijn. ZorgDomein ondersteunt verwijzen met behulp van de Verwijsmethodiek. Tussen huisarts en ziekenhuis worden rond grote patiëntengroepen verwijsafspraken gemaakt (verwijscriteria, behandeltraject, rol huisarts en specialist). In ZorgDomein ziet de huisarts per verwijsklacht wat de ziekenhuizen aanbieden. Op www.zorgdomein.nl staat een demo van de applicatie.
Wat is het doel van het ZorgDomein project?     Doel is om de afstemming tussen de eerste lijn en de tweede lijn te verbeteren, en daarmee verwijstrajecten zowel efficiënter te maken als prettiger voor de patiënt.
Wordt ZorgDomein al ergens anders gebruikt? Ja, de verwijzingsmethodiek en ZorgDomein worden in 12 andere steden/regio's gebruikt, waaronder Leiden, Amsterdam, Deventer en Alkmaar.

ZorgDomein in Zuidoost-Brabant
Wie is de opdrachtgever?     Het project is een gezamenlijk initiatief van de regionale zorgverzekeraars, ziekenhuizen, Districts Specialisten Beraad (DSB) en de Districts Huisartsen Vereniging (DHV). De deelnemende ziekenhuizen (het St Annaziekenhuis, Catharina Ziekenhuis en het Máxima Medisch Centrum) zijn de formele opdrachtgevers, zij hebben in eerste instantie opdracht gegeven tot een pilotproject van 1 jaar.
Wat houdt de pilot-fase in?     Tot en met juli wordt aandacht besteed aan het creëren van draagvlak, en worden voor 5 specialismen verwijsafspraken opgesteld. Vanaf augustus worden de bijbehorende logistieke trajecten in het ziekenhuis georganiseerd en wordt gestart met het aansluiten van huisartsen op het systeem. In januari 2004 start het verwijzen met ZorgDomein.
Wat gebeurt er na de pilot-fase?     Aan het eind van de pilot-fase wordt het verwijzen met ZorgDomein geevalueerd. Op basis van die evaluatie wordt besloten of ZorgDomein verder in de regio wordt geimplementeerd.
Waar staan we nu?     Het project is 15 maart van start gegaan. Sindsdien is met veel betrokkenen gepraat en hebben per ziekenhuis 5 specialismen zich opgegeven om deel te nemen aan de pilot. Voor deze specialismen wordt nu een werkgroep opgestart.
Hoe worden de verwijsafspraken gemaakt?     Per specialisme worden in werkgroepen (met één specialist en één of twee huisartsen) in maximaal vijf bijeenkomsten afspraken gemaakt over ‘de optimale verwijsrelatie’ rond een aantal patiëntengroepen. Aan de orde komen onder andere indicatiestelling, taakverdeling, toegangstijd, richtlijnen voor voorbereiding en feedback, inhoud verwijsbrief en terugrapportage. Ook al geldende verwijsafspraken in de regio worden in de methodiek ondergebracht.
Hebben we dit niet al (bijv. de mammapoli's)     Voor sommige patiëntengroepen worden al zieknhuisgerelaterde of regionale verwijsafspraken en logistieke trajecten gebruikt. In het project ZorgDomein wordt dit principe voor veel meer patiëntengroepen ingezet, en bovendien door IT ondersteund.

Huisarts
Wat zijn de voordelen voor de huisarts?     De huisarts krijgt meer inzicht in trajecten, wachttijden, etc. en meer invloed op welke patiënten sneller behandeld worden. Daarvoor hoeft niet meer onnodig gebeld te worden met het ziekenhuis. Na behandeling krijgt de huisarts snel een electronische brief terug van de specialist (via EDI-fact), die direct in het HIS gelezen kan worden.
Verandert de taakbelasting van de huisarts?     Een evaluatie onder deelnemende huisartsen in Leiden laat zien dat ZorgDomein heeft geleid tot een beperkte taakverschuiving, maar niet tot een verhoogde werkbelasting. Van de huisartsen geeft 94 procent aan de methodiek niet als een taakverzwaring te ervaren, ruim een kwart geeft zelfs een verlichting aan. Ook in Zuidoost-Brabant zal dit aspect worden geëvalueerd
Is een internetverbinding veilig?     Zowel de server als de computers bij de huisartsen worden beschermd tegen inbrekers door zogenaamde 'firewalls'. Tevens wordt een antivirusprogramma geïnstalleerd. Ook de verzonden gegevens worden beschermd. De verzonden berichten zijn gecodeerd (encrypties met SSL certificaat, net als bijv. de banken) en kunnen dus niet door derden gelezen worden.
Welke infrastructuur is nodig in een huisartsenpraktijk?     Een internetverbinding die minstens zo snel is als ISDN, een computer met minimaal een pentium II processor, en een firewall en virusprogramma ter beveiliging.
Is ZorgDomein gekoppeld aan het HIS     Ja; met MicroHIS, Medicom, Promedico en MacHIS bestaan koppelingen. Een koppeling met Elias en Arcos is op korte termijn beschikbaar. Daardoor kan de huisarts makkelijk vanuit het HIS naar ZorgDomein en omgekeerd. Aanvraagformulieren en patiëntinformatie kan de huisarts (of de assistente) met één druk op de knop printen en meegeven aan de patiënt. Aanvraagformulieren (ook de verwijsbrief) worden door de koppeling met het HIS automatisch reeds zover mogelijk ingevuld.

Wat kost het?     Vanwege het belang dat wordt gehecht aan het succesvol verlopen van het project, is tussen de betrokken partijen overeengekomen dat de kosten voor een snelle, goed beveiligde internetverbinding voor de 100 huisartsen die aan de pilot deelnemen, worden vergoed. De ziekenhuizen en het DSB zijn bereid om behalve de aanschaf- en installatiekosten, ook de abonnementskosten voor de verbinding en het onderhoud gedurende het eerste jaar voor hun rekening te nemen. Wel zullen huisartsen zelf PC’s moeten aanschaffen indien er nog geen PC’s of oude PC’s in de praktijk staan.
Hoe gaat het aansluiten in zijn werk?     In onze regio wordt een uniforme aansluiting gerealiseerd voor alle huisartsen. ZorgDomein werkt hiertoe nauw samen met het mede door de DHV opgerichte Centraal Faciltitair ICT Bureau voor de eerste lijn (CFIB), zodat ook ondersteuning kan worden geboden bij de aanpassingen. Wanneer uw praktijk op ZorgDomein wordt aangesloten, starten we met een praktijkinventarisatie. Vervolgens ontvangt u een advies betreffende de door te voeren ICT vernieuwingen. Nadat de benodigde zaken zijn aangeschaft en geïnstalleerd, krijgen u en uw assistente in een bezoek uitleg over hoe ZorgDomein werkt.

Wat wordt er van u verwacht?     Van u wordt verwacht dat u gedurende het traject waarin uw praktijkautomatisering in orde wordt gemaakt, enkele malen beschikbaar bent voor overleg over de huidige situatie, uw wensen, de offertes en de instructie over ZorgDomein. Na aansluiting wordt van u verwacht dat u uw verwijzingen naar de deelnemende ziekenhuizen via ZorgDomein gaat doen. Alle afspraken en onderlinge verwachtingen over de beveiligde internetaansluiting en het gebruik van ZorgDomein zullen worden vastgelegd in een samenwerkings-overeenkomst.
Betekent ZorgDomein dat de huisarts voor de patiënt de afspraak in het ziekenhuis maakt?     Nee, de patiënt maakt nog steeds zelf de afspraak. ZorgDomein print een zogenaamd patiëntenbericht met daarop een uniek afsrpaaknummer, adres en telefoonnummer van het ziekenhuis, de afspraaktijden en de benodigde voorbereiding voor de patiënt.

Ziekenhuis
Wat verandert er aan de logistiek in het ziekenhuis?     Patiënten worden met behulp van de Verwijsmethodiek op basis van de verwijsreden aangemeld. Voor een aantal patiëntengroepen wordt afgesproken dat in het ziekenhuis een gestroomlijnd traject klaar staat. Om dit te realiseren moet aandacht besteed worden aan o.a. het aanpassen van roosters, afstemming met de medisch ondersteunende afdelingen, technische infrastructuur en instructie van het personeel. Daarnaast gaan we toegangstijden bijhouden.
Wat zijn de voordelen in het ziekenhuis?     Beter voorbereide patiënten en een vermindering in het aantal herhaalconsulten. Vermindering van het aantal spoedverwijzingen. De specialist wordt minder onnodig telefonisch onderbroken. Wachtlijsten worden beter gedifferentieerd en korter.
Verandert de taakbelasting van de specialisten?     In een enquete in het Diaconessehuis in Leiden geeft geen van de specialisten aan dat zijn of haar taak verzwaard is. Ruim 60 procent van de specialisten geeft zelfs een werklastreductie aan.
Welke IT is in het ziekenhuis nodig?     ZorgDomein kan in principe ongeacht de IT situatie in het ziekenhuis geimplementeerd worden, maar meer IT geeft meer mogelijkheden. Bijvoorbeeld: met 1 PC met emailmogelijkheden op de polikliniek kunnen verwijsbrieven ontvangen worden en specialistenberichten verstuurd worden. Dit kan eventueel ook per fax.

Patiënten
Wat zijn de voordelen voor de patiënt?     De patiënt krijgt betere informatie over wachttijden en over het behandeltraject, en kan in minder bezoeken aan het ziekenhuis geholpen worden.
Betekent ZorgDomein altijd kortere wachttijden?     Nee, minder urgente patiënten zullen soms langer moeten wachten. Bij een enquete onder patiënten vond 75% van de ondervraagden dit terecht.
Nieuwe technologie inpassen in klassieke structuren? Dat kan niet! Wiens probleem is het nu? Vaak is het een probleem van beide? Volgens Maljers is het met telemedicine van belang dat we ons meer met de inhoud bezighouden en niet op systeem.
Wie is de probleemhouder, niet VWs, niet zonNW. Gewoon op de markt aanbieden. Het is van belang dat we allemaal op een lijn komen. Duidelijk krijgen wat het syteem moet opleveren het is geen doel maar een middel. Dsn moeten de subsidieverstrekkers nog op een lijn komen en duidelijk voor ogen hebben dat ehealth een het gemeenschappelijk doel dient.

Daarna volgde een interessante en stevige forumdiscussie onder leiding van Prof. Dr. G. Hennemann, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor E-Health.  Hieronder enige markante opmerkingen van de deelnemers aan de discussie. Nadat mevrouw Lisettte van Gemert bij universiteit van Twente is aangeschoven. Zij onderzocht e-consult. Het onderzoek naar e-health is gericht op voordelen voor patient  en de voordelen voor de huisarts.  De vraag van de voorzitter is ; Moeten we met z'n allen richten op het omver schoppen van heilige huisjes?  Want zoals Jaap Maljers ons al duidelijk maakte, zonder tarief kan je niets doen? Hoe lang gaat het nog duren? De mastodonten van CTZ en CTG, zijn nog steeds de  ijzeren vesting waar je niet om heen komt. Erik Kalter, internist loopt hier keer op keer tegenaan en dat is zijn grootste opstakel in het verder uitbouwen van telemedicine. Hieronder enkele markante uitspraken van de deelnemers:
Maljers: We moeten meer vanuit de inhoud redeneren. Wat moet het systeem opleveren? Sneller toegang, betaalbaar, wat moet het opleveren.
Jeekel: "op zoek naar best cases. beleidsmakers ervan af halen en de mensen van de werkvloer er mee laten werken om tot pragmatische systemen te komen.
Intermax ondernemer Knieriem, merkt op dat we niets hebben aan een loopgravendiscussie. We draaien rond in cirkeltjes. Niet lullen maar doen!!!! Het geld is het probleem niet, er is meer dan genoeg geld, probleem is het ontbreken van de probleemeigenaar.
Dan vraagt de emaildokter, Robert Mol het panel wat zij ons mee geven voor 2006?
Jaap Maljers: Meer inhoud en context en ga door. Raak die niet de passie en de creatieviteit kwijt en pak de inhoud weer op.
Henneman: de inhoud komt bij de beleidmakers onvoldoende over hoe komt dit?
En dan komt Walter Salsman van CVZ als een duveltje uit een doosje en zegt: "toon aan dat het Davitaal vernieuwendis . ehealth is de kolenschepper van de toekomst....het gaat om vergoeden van een vorm van dienstverlening....... als het medium centraal wordt gesteld wordt het kwetsbaar.
Maljers: je moet het niet vastbakken in het financieringssysteeem, en daarmee hou je innovatie tegen....komt er iets nieuws..... Let op : "ce histoire se repeter".
Jeekel:ehealth is een bouwsteen van de totale zorg

© 2002, Copyright Ecotel Business Solutions